36,5 miljard euro voor Indisch rechtsherstel?

Uitgebleven Indisch rechtsherstel bedraagt 36,5 MILJARD EURO

pastedGraphic.png

Rondetafelgesprek (hoorzitting) inzake de Indische kwestie op 30 september 2019

Na 74 jaar is de cijfermatige berekening van de slepende Indische Kwestie (het uitgebleven rechtsherstel voor de Indische gemeenschap) bekend. Op verzoek van Indisch Platform 2.0 heeft onderzoeksjournalist Griselda Molemans ten overstaan van de Vaste Kamercommissie van VWS haar bevindingen gepresenteerd op basis van archiefonderzoek in Nederlandse en buitenlandse archieven. De openstaande claims vertegenwoordigen een waarde van ten minste 36,5 miljard euro.

Een onafhankelijk bureau berekende op grond van indexatie en rente-op-rente de huidige waarde van de claims: de backpay (de nooit uitbetaalde salarissen over 3,5 jaar Japanse bezetting aan 82.000 KNIL-militairen en ambtenaren); de nooit uitbetaalde KNIL-pensioenen; drie buitenlandse compensatieregelingen voor oorlogsslachtoffers c.q. ontheemde gezinnen; en het naar de Federal Reserve in New York weggesluisde goud en geld van De Javasche Bank, de centrale bank van Nederlands-Indië.

Het afrondende onderzoeksdossier betreft de ontmanteling van de filialen van de Yokohama Specie Bank en de Bank of Taiwan, de Japanse banken die de oorlogsvoering financierden en waar het in beslag genomen geld, goud en diamanten van inwoners van de bezette kolonie gestald was. Teneinde inzage te krijgen in de afhandeling van deze individuele claims dient er toegang te worden gegeven tot afgegrendelde Nederlandse archieven.

Door de jaren heen heeft er slechts een minimale afkoop van het rechtsherstel plaatsgevonden onder de noemer van Het Gebaar: een moreel gebaar van 178 miljoen euro aan de generatie oorlogsslachtoffers uit voormalig Nederlands-Indië. De uitbetaling in 2003 tegen finale kwijting was op basis van ‘vermoedelijke gebreken in het rechtsherstel’. Twintig jaar na de onderhandelingen over Het Gebaar zijn deze gebreken op basis van bewijsmateriaal in kaart gebracht.

Aangezien rechthebbenden na de Japanse bezetting van de kolonie vrijwel niets van hun saldi uitbetaald hadden gekregen, betekende dit dat ze onder zeer armoedige omstandigheden een compleet nieuw leven in Nederland moesten opbouwen. Dit onrecht heeft meerdere generaties getekend. Volgens Peggy Stein, voorzitter van het Indisch Platform 2.0, kan er pas stilgestaan worden bij 75 jaar vrijheid in het jaar 2020 wanneer deze openstaande rekening vereffend wordt. ‘De Nederlandse Staat heeft 74 jaar lang symboolpolitiek bedreven. Het is tijd voor gerechtigheid.’
De Indische gemeenschap is een verzamelterm voor alle voormalige inwoners van de kolonie en varieert van Hollandse ambtenaren en militairen tot Indo-Europese, Molukse, Chinese, Toegoenese, joodse, Armeense, Papoea, Indo-Afrikaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders, aangevuld met zogeheten veiliggestelde Indonesische gezinnen van wie de vader voor de Nederlandse inlichtingendiensten werkzaam is geweest.

Indisch Platform 2.0 werkt samen met de Task Force Indisch Rechtsherstel. Sylvia Pessireron, voorzitter van de TFIR: ‘Mijn Molukse vader was sergeant bij het KNIL. Als het thuis over de Japanse bezetting ging, kon hij nauwelijks praten over de martelingen die hij heeft doorstaan. Waar hij ronduit furieus over werd, was dat hij over die periode geen soldij heeft ontvangen. Hij voelde zich enorm geschoffeerd.’

Bron: Nieuws.nl

Youtube video’s, verslagen van de hoorzitting:

https://www.youtube.com/watch?v=TgZj8QKhkQM

#stophetnegeren #uitsterfbeleid #2020Géén75jaarVrijheid

(30-9- 2019 TWEEDE KAMER RONDETAFELGESPREK INDISCHE KWESTIE / Kamerlid Wim-Jan Renkema GL)

https://www.youtube.com/watch?v=O78QBhDAXvc&t=37s

Tweede Kamer RONDETAFELGESPREK INDISCHE KWESTIE / WEDUWE KNIL MEVR. L. HOOGVELT-FLOHR

https://www.youtube.com/watch?v=-sGtbKE_gHU

(30-09-2019 TWEEDE KAMER RONDETAFELGESPREK Peggy Stein ‘SYMBOOLPOLITIEK EN DE VERSTIKKENDE ZUCHT’)

https://www.youtube.com/watch?v=7VagjtJZqGw

(Rondetafelgesprek Indisch Platform 2.0 / meldpunt Indische Kwestie, de Ervaringsdeskundigen)

https://www.youtube.com/watch?v=4YFK5m02AtY

(30-09-2019 Introducties: Tweede Kamer Rondetafelgesprek Indische Kwestie – Indisch Platform 2.0)

Jongens op JAVA

Jongens op Java: ‘Er gaat geen dag voorbij dat ik er niet aan denk’ (NRC)

Oorlogsvrijwilligers Dit jaar is het zeventig jaar geleden dat Nederland de soevereiniteit overdroeg aan Indonesië. Sindsdien proberen Nederland én zijn oorlogsveteranen met dat verleden in het reine komen. Zes portretten van mannen die ‘orde en rust’ in de kolonie moesten herstellen

Oorlogsvrijwilligers waren ze veelal, mannen als op de portretten hieronder. Nederlandse jongens die zich toen Zuid-Nederland was bevrijd in 1944, meldden om tegen ‘de moffen’ te vechten. Maar toen hun militaire training klaar was, bleek de oorlog in Europa afgelopen. Dus werden ze overzee gestuurd om de kolonie Nederlands-Indië te bevrijden van de Japanse bezetting. Maar nadat Japan capituleerde op 15 augustus 1945, moesten zij vooral ‘orde en rust’ in de kolonie herstellen.

De geportretteerde veteranen zijn te zien in een documentaireserie van journalist en regisseur Coen Verbraak die aanstaande week begint.

Op 17 augustus 1945 hadden Soekarno en Hatta de Republiek Indonesië uitgeroepen. Een ideaal dat in de eerste decennia van de vorige eeuw was uitgekristalliseerd, maar hardhandig werd onderdrukt door de koloniale overheid. Na de Japanse capitulatie volgde in delen van de archipel een chaotische periode van de bersiap, waarbij veel Nederlanders en Indische Nederlanders slachtoffer werden van de wraakzucht van jonge opstandelingen. Vaak ook van roversbendes. Den Haag stuurde een leger dat behalve uit oorlogsvrijwilligers vooral uit tienduizenden dienstplichtigen bestond. Vanaf 1946 moesten zij ervoor zorgen dat de kolonie weer kon bijdragen aan de schatkist van het verarmde moederland. De naam van de eerste zogeheten Politionele Actie begin 1947 was niet voor niets ‘operatie Product’: suiker- en rubberplantages en oliebronnen in Java Sumatra die in Republikeinse handen waren, moesten worden heroverd. Het thuisfront kreeg propagandabeelden te zien van een enthousiaste bevolking die blij was dat ‘onze jongens’ orde op zaken kwamen stellen. In de praktijk woedde er in Indonesië een bloedige guerrillaoorlog waarbij 6.000 van de in totaal 120.000 militairen aan Nederlandse kant sneuvelden. Aan Indonesische zijde vielen meer dan 100.000 slachtoffers voordat op 27 december 1949 – volgende maand zeventig jaar geleden – Nederland de soevereiniteit overdroeg aan Indonesië.

Sindsdien probeert Nederland met dat verleden in het reine te komen. Verhalen over oorlogsmisdaden doken vanaf de jaren veertig regelmatig op, maar werden weer vergeten. Abram de Swaan noemde dat twee jaar geleden ‘postkoloniale absences’: „Een nationaal geheim dat telkens weer onthuld wordt en dan opnieuw wordt weggemoffeld.”

Door de aandacht voor het bloedbad dat Nederlandse militairen in 1947 aanrichtten in het Javaanse dorp Rawagede (nu: Balongsari) en door het boek De brandende kampongs van generaal Spoor van Rémy Limpach, dat structureel gewelddadig optreden door Nederlandse soldaten aannemelijk maakte, loopt nu een nieuw historisch onderzoek naar het Nederlands militair optreden tussen 1945 en 1950.

Stef Scagliola bracht begin deze eeuw al de verwerking van de oorlogsmisdaden onder Indiëveteranen in kaart in haar proefschrift Last van de oorlog. Daarin maakt ze onderscheid tussen medisch-psychologisch trauma en strategisch trauma. Dat laatste zou dan gaan om veteranen die zichzelf presenteren als slachtoffers om erkenning en genoegdoening te krijgen.

De documentaireserie Onze Jongens op Java van regisseur Coen Verbraak is vanaf donderdag 21 november vier weken lang te zien bij BNNVARA, om 20.25 uur op NPO2.

Ad Jansen, 94 jaar

web-1611zatwebjansenjpg.jpg

Foto Annabel Oosteweeghel

Ad Jansen (94) meldde zich in 1944 aan als oorlogsvrijwilliger om „de Jappen uit Indië te gooien”. Hij kreeg zijn opleiding bij het Amerikaanse leger en zat vervolgens van 1945 tot en met 1947 als hospik bij de mariniersbrigade, op verschillende plaatsen in Indonesië. „Er gaat geen dag voorbij dat ik er niet aan denk. Mijn dochter vraagt wel eens: hoe komt het dat je je steeds meer manifesteert als veteraan? Dat komt omdat die zesduizend jongens die daar liggen hun mond niét meer open kunnen doen.”

Bol Kerrebijn, 92 jaar

web-611zatwebkerrebijnjpg-2.jpg

Foto Annabel Oosteweeghel

Bol Kerrebijn (92) werd geboren in Bandung (toen nog Bandoeng) in West-Java als zoon van een Hollandse vader en een Indische moeder. Kort na de Tweede Wereldoorlog meldde hij zich aan bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) en vocht mee bij de zogeheten eerste Politionele Actie. Aanvankelijk als vrijwilliger, later als beroeps bij de infanterie. In 1950 moest hij noodgedwongen zijn vaderland verruilen voor Nederland. Hij is nadien nooit meer teruggeweest. „Uit rancune voor wat er toen is gebeurd. Zo lang de pemoeda’s [die zich fel keerden tegen Nederlanders en Indische Nederlanders] nog leven, die mensen van The Act of Killing, zijn ze tot hetzelfde in staat. Daar ben ik van overtuigd.”

Ton Kelders, 91 jaar