Informatie, Zorg & Ondersteuning

INFORMATIE 

Wie wil vergeten moet eerst herinneren (NRC 29 september 2017)

Nederland en Indonesië moeten het koloniale verleden niet wegstoppen, maar zowel de positieve als de negatieve kanten ervan benoemen, betoogt de Indonesische kunstenaar Iswanto Hartono.

Tot de komst van de Japanners in 1942 stond het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen op een centraal plein in het toenmalige Batavia. Coen was de eerste gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. In 1621 liet hij bijna vijftienduizend bewoners van de Banda-eilanden doden ter verdediging van het handelsmonopolie van de VOC. Toch kent men hem in Indonesië ook als degene die de stad Batavia, het huidige Jakarta, stichtte. Het geeft een dualiteit aan die in Nederland tot hevig gepolariseerde debatten leidt over goed en fout, over slachtoffer- en daderschap.

Maak van een standbeeld een schandpaal”, stelde de Nederlandse kunstenaar Hans Houwelingen recent in deze krant voor. Terwijl Nederland vooral met Coen worstelt, oogst hij in Indonesië naast haat ook bewondering. Voor de tentoonstelling die ik samen met de Oude Kerk in Amsterdam en de Brusselse kunstbiënnale Europalia samenstelde, stel ik koloniale standbeelden of gebouwen ter discussie die van cruciaal belang zijn geweest voor de ontwikkeling van Indonesië. Nederland en Indonesië hebben hun eigen geschiedenis en cultuur, maar ook gezamenlijke gevoeligheden. Ik wil dat verleden bevragen, een dialoog op gang brengen, ook met Nederland, en ik wil dat mensen er meer over te weten komen.

Pas kort geleden besefte ik ten volle dat Indonesië een postkoloniaal land is en dat de betekenis daarvan voor onze identiteit in ons bewustzijn ontbreekt. De kennis op Indonesische scholen houdt vaak op bij Max Havelaar en het gegeven dat kolonialisme slecht was. Na de onafhankelijkheid werd het koloniale verleden in de ban gedaan. Straatnamen werden veranderd, beelden werden neergehaald en gebouwen gesloopt. Maar de echte erfenis van de VOC, het corrupte systeem, werd door de beeldenstorm niet vernietigd. Sterker, de Soeharto-tijd was synoniem met corruptie.

Ook werkte de etnische ongelijkheid uit de koloniale tijd door. Nadat de Nederlanders vertrokken, vond op grote schaal geweld plaats tegen Chinezen en andere Indonesiërs die als loyaal aan de Hollanders werden gezien. Maar tegelijkertijd bleef ook het Nederlandse onderwijs- en het rechtssysteem bestaan. En we gebruiken nog steeds dezelfde gevangenissen uit de koloniale tijd. Die ambiguïteit in de omgang met het koloniale verleden fascineert me.

Niet alleen Nederland heeft een Gouden Koets, in Indonesië rijdt ook nog steeds adel rond in gouden koetsen. Maar anders dan in Nederland zijn ze niet controversieel. Voor de tentoonstelling kopieerde ik in ijzerdraad het omstreden paneel op de Nederlandse Gouden Koets over slavernij. Daar laat ik licht doorheen vallen, zodat er een schaduw achter ontstaat. Zo verbeeld ik de verschillende ‘lagen van identiteit’ waarmee die afbeelding ons confronteert.

Noch in Nederland noch in Indonesië begrijpt men de diepere betekenis van zulke beelden. Als Indonesiër vind ik dat de Nederlandse Gouden Koets thuishoort in een museum. Op die plek kun je allerlei aspecten ervan laten zien. Maar als je er als koninklijk paar mee gaat rondrijden, geef je een verkeerde boodschap af. Je stemt ermee in, zonder dat je er iets over uitlegt.

Na Soeharto kwam er herwaardering voor het koloniale tijdperk in Indonesië. Restaurants kregen oud-koloniale namen en er zijn zelfs initiatieven geweest om de namen van koloniale figuren weer op de straatborden te plakken. Het staat in het teken van een geschiedenis die onvoldoende is bevraagd, net als de Nederlandse discussies rondom het standbeeld van Coen. Coen roept schaamte of schuld op over het eigen optreden, maar wat betekende hij echt voor Indonesië? Nederland focust op het eigen culturele perspectief, maar gaat het daarmee niet voorbij aan de ervaring van de ander?

Bij de opening van de tentoonstelling heb ik een aantal kunstwerken die van was zijn gemaakt, waaronder een replica-standbeeld van Coen, als kaarsen aangestoken om ze langzaam te laten verdwijnen. Zo stel ik de vraag of hun fysieke aanwezigheid er nog toe doet. Het antwoord is nee.

Het is niet nodig om het beeld van Coen in Hoorn van zijn sokkel te halen. Benoem wie hij was, maak begrijpelijk wat hij naliet, zet de technologie in, maak de geschiedenis actief en laat vooral verschillende perspectieven naast elkaar bestaan. Om te kunnen vergeten, moeten we eerst herinneren.

Iswanto Hartono is kunstenaar. Zijn beelden zijn t/m 15 nov. te zien in de Oude Kerk, Amsterdam. Hij schreef dit artikel mmv Indonesië-historicus Anne-Lot Hoek..

 

Peter Flohr : De Indische Kwestie

“Geërfd leed hakt er misschien wel dieper in dan beleefd leed”

Het is de uitspraak in de titel die ik gebruik als afsluitende tekst bij het indienen van een motie over de “Indische Kwestie”. De titel is ontleend aan Gé Reinders: “Het zakdoekje, een zoektocht naar het verzetsverleden van mijn moeder”, 2010, blz. 222.

Een motie die ik wil indienen bij het partijcongres van de PvdA op 14-15 jan. 2017. Ik hoop natuurlijk genoeg steun te krijgen van het congres op mijn oproep om op zo kort mogelijke termijn naar een bevredigende oplossing te komen van de Indische Kwestie.

De kwestie is nog steeds actueel maar nu actueler dan ooit. De eerste stappen in de “backpay”-kwestie zijn vorige jaar daadwerkelijk gezet. Na voorwerk door de Stichting Vervolgingsslachtoffers Jappenkamp (SVJ) en hun frontman Jan de Jong (Hilversum) waren zij de drijvende krachten bij het tot stand komen van hun eigen plan, dus ook de “Backpay”.

De (veel te vroeg overleden) vorige voorzitter van het Indisch Platform (IP) Herman Bussemaker was de man die hun (SVJ) steunde, hij heeft het jammer genoeg niet mogen meemaken. Maar hij was de voorzitter die geloofde in het plan (SVJ) van “fair deal” waarvan de “Backpay” een onderdeel was en is. Herman Bussemaker heeft in zijn laatste werk als historicus het “Indisch Verdriet” verwoord. (2014). Op de achterflap van dit prachtige boekwerk staat heel in het kort de inhoud van zijn boek te lezen.

 Waarom is de kwestie nu actueler dan ooit?

Het kabinet wil grootschalig onderzoek doen naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië (2 dec.2016). “We moeten in de spiegel van ons eigen verleden durven kijken” zei minister Koenders van Buitenlandse Zaken na afloop van de ministerraad waarin dit historisch besluit is genomen. De Indische kwestie heeft direct te maken met het in de spiegel durven kijken van ons verleden. De eerste prioriteit zou moeten zijn om juist nu tot een oplossing te komen van de gevolgen voor grote groepen Nederlanders. Het getuigt van verregaande veronachtzaming van de Indische Kwestie als niet als eerste de hoogste prioriteit wordt gegeven aan een volledige oplossing van deze kwestie.

Een tweede reden is dat in 2016 staatssecretaris Van Rijn een belangrijke en voortvarende stap heeft gezet met een gedeeltelijke backpay-regeling. Hij heeft na een periode van meer dan 70 jaar een impasse doorbroken. Martin van Rijn is de eerste staatssecretaris die zelf de NIOD rapporten heeft bestudeerd en ook gesproken heeft met de onderzoekers en samenstellers van deze rapporten.  In de brief aan de rechthebbenden op de backpay-regeling wordt volmondig de morele verantwoordelijkheid erkend van de regering.  De regering betreurt ook de wijze waarop de backpay-kwestie en het rechtsherstel de afgelopen decennia is verlopen. De gevonden deeloplossing biedt voldoende mogelijkheden om in het overleg met vertegenwoordigers van de Indische gemeenschap tot een volledige oplossing te komen.

Update: uitkeringsregeling ‘Backpay’ verlengd tot 1 januari 2018

11-11-2016

De Uitkeringsregeling Backpay is op 24 december 2015 gepubliceerd in de Staatscourant. De termijn voor het indienen van aanvragen is verlengd tot 1 januari 2018. Vragen over deze regeling kunt u richten aan de afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen.

14 januari 2016 Aanvraagformulier en informatiefolder tbv Backpay beschikbaar!

Deze week is door SVB het aanvraagformulier en de informatiefolder voor de Uitkeringsregeling Backpay ter beschikking gesteld voor diegene die geen ambtshalve toekenning of een bevestigingsbrief hebben ontvangen.

Voordat u het aanvraagformulier invult, dient u de informatiefolder goed door te lezen of u inderdaad voldoet aan de gestelde criteria en dus voor de uitkering in aanmerking komt. U kunt het aanvraagformulier op de website invullen en daarna uitprinten voor het ondertekenen of direct uitprinten en met de pen invullen. Het aanvraagformulier, met eventueel kopieën van bewijsstukken, dient voor 1 januari 2018 te zijn opgestuurd naar de SVB.

Aanvraagformulier backpay

Informatie folder backpay

Mocht u vragen hebben over het invullen van het formulier dan kunt u contact opnemen met de Sociale VerzekeringsBank telefoonnummer 071 535 6888. Ook kunt contact opnemen met de medewerkers van de Basis (onder andere aanwezig tijdens de Masoek Sadja’s)

Ook is het aan te bevelen om de beide publicaties in de staatscourant door te nemen. (zie hieronder)

 

06 januari 2016: Uitkeringsregeling BACKPAY in werking getreden! 

Door plaatsing in de staatscourant nr 47434 van 24 december 2014 van de uitkeringsregeling BACKPAY is met ingang van 25 december 2015 deze regeling in werking getreden. In de onderstaande links treft u de officiële publicaties aan

staatscourant-2015-47434-Uitkeringsregeling Backpay

staatscourant-2015-47435 – mandaat en uitvoeringsbesluit uitkeringsregeling backpay

In artikel 6 van de uitkeringsregeling wordt verwezen naar een aanvraagformulier voor degene die niet vanuit de overheid zijn benaderd en menen belanghebbende te zijn en te voldoen aan de gestelde criteria. Zodra het aanvraagformulier beschikbaar is zal het formulier als link hier worden gepubliceerd op deze pagina.

Meer achtergrond informatie over de backpay kwestie treft u aan op onderstaande link:

Achtergrond informatie backpay kwestie

Secretaris Madjoe Breda